Wetsevaluatie burgerschapsopdracht: veel beweging, weinig houvast

In februari 2026 verscheen de wetsevaluatie van de verduidelijkte burgerschapsopdracht uit 2021. Het Verwey‑Jonker Instituut onderzocht hoe scholen de wettelijke opdracht ervaren en vormgeven. De uitkomsten worden in de zomer van 2026 van een beleidsreactie van het nieuwe kabinet voorzien, maar nu al kunnen op basis van het rapport relevante lessen worden getrokken. Het rapport is hier te downloaden.

1. De wet lijkt helder, de praktijk minder

De kernelementen van de burgerschapsopdracht lijken voor de meeste onderwijsprofessionals duidelijk te zijn, maar de praktische uitwerking blijkt / blijft ingewikkeld. Het rapport laat zien dat de wettelijke begrippen (abstracte termen) onvoldoende houvast bieden voor dagelijkse toepassing (concrete lessen). Daardoor is het lastig om “aan te tonen dat zij voldoen aan de wettelijke kaders.” Het stelt besturen voor een uitdaging als het gaat om kwaliteitszorg (zie ook hieronder). Scholen moeten een duidelijk verhaal hebben wat er gebeurt, waarom dat gebeurt en vooral ook hoe dit bijdraagt aan de wettelijk gestelde opdracht. Een uitdaging op een terrein dat scherp in de gaten wordt gehouden door de Inspectie; en een puzzel van subjectieve en objectieve argumenten.

2. Meer formalisering, maar implementatie is de crux

De evaluatie bevestigt dat veel scholen sinds 2021 meer leerdoelen, leerlijnen en beleidsstukken hebben ontwikkeld. Scholen hebben “stappen gemaakt in de formalisering van het burgerschapsonderwijs”. Tegelijk blijkt dat de implementatie “complex is” en scholen zich “in uiteenlopende ontwikkelfasen bevinden”. Voor besturen ligt hier een duidelijke opdracht: zorg dat visie, beleidsdocumenten, lessen en monitoring op elkaar aansluiten. Een papieren beleidsplan zonder doorwerking in de klas blijft kwetsbaar, zeker richting de Inspectie. Dat is natuurlijk extra lastig, gelet op het hiervoor gesignaleerde punt van onvoldoende houvast.

3. Monitoring: grootste uitdaging én juridisch risico

Veel scholen vinden het moeilijk om zicht te krijgen op opbrengsten van burgerschap: volgens het rapport is het “een uitdaging … omdat geschikte meetinstrumenten ontbreken”. Hier is belangrijk om in het hoofd te houden dat de wet niet verplicht tot toetsing, maar wel (enkel) tot een doelgerichte en samenhangende aanpak en het kunnen verantwoorden van die aanpak. Een school hoeft dus geen cijfers te produceren, maar moet redelijk kunnen onderbouwen dat er gewerkt wordt aan burgerschapsdoelen en dat wordt nagegaan of dit effect heeft. Wij zien in de praktijk dat dit lastig is en met regelmaat tot discussie (met de inspectie) leidt.

4. Toezicht is sterk gericht op vastlegging

Van de scholen die een inspectiebezoek kregen, ontving een aanzienlijk deel een herstelopdracht. Die gingen volgens het rapport vaak over het “concreet maken en zichtbaar vastleggen van het burgerschapsonderwijs”. Dat gaat dus precies om de complexiteiten die hiervoor al zijn benoemd. De Inspectie beoordeelt daarbij niet alleen wat er in de school gebeurt, maar ook of dat zichtbaar is in beleid, doelen en monitoring. Het rapport signaleert dat scholen spanning ervaren tussen dagelijkse praktijk en formele vereisten — vooral wanneer de nadruk ligt op documentatie. Wij zien in de praktijk ook voorbeelden van een inspectie die zich juist op het standpunt stelt dat de aanwezige documentatie in praktijk moet worden gebracht – en dat het die nadruk op de koppeling aan lessen en leerdoelen is, die het toezicht zo onvoorspelbaar maken. De wet geeft immers maar weinig houvast voor die praktische invulling.

5. Wat scholen volgens het rapport vooral nodig hebben

De evaluatie laat zien dat scholen niet vragen om meer of andere wetgeving, maar om praktische houvast. Zo bestaat een brede behoefte aan “praktische handvatten, professionele ontwikkeling, ruimte voor uitwisseling en bruikbare instrumenten voor monitoring”. Denk aan voorbeeldleerlijnen per leeftijdsgroep; duidelijkere toelichting op wat als “voldoende” geldt; betere vindbaarheid van materialen; en structurele scholing en professionalisering.

Voor alle betrokken in een onderwijsorganisatie – van intern toezichthouders, tot bestuurders, schoolleiders en docenten – geeft dit handvatten voor maatregelen op het gebied van kwaliteitszorg. Gebaseerd op het rapport en onze praktijkervaring:

1. Scherp de bestuurlijke visie op burgerschap aan. Zorg dat deze in lijn is met de wettelijke opdracht en dat schoolleiding en teams deze goed kunnen toelichten.

2. Borg de samenhang. Toets of visie, leerdoelen, leerlijnen, lessen en monitoring op elkaar aansluiten — dit is waar de Inspectie op let.

3. Maak monitoring haalbaar en proportioneel. Kwalitatieve monitoring is toegestaan en vaak passend. Het belangrijkste is dat het proces verantwoord en volgbaar is.

4. Versterk teambrede verantwoordelijkheid. Het rapport signaleert risico’s wanneer burgerschap leunt op een enkele coördinator. Burgerschapsbeleid en -onderwijs moet duurzaam geborgd zijn.

5. Hanteer de SLO-conceptkerndoelen als referentiekader. Geen verplichting, maar scholen gebruiken deze al veelvuldig en ze bieden concreet houvast, ook bij inspectiebezoeken.

6. Investeer gericht in professionalisering. Dit geldt voor alle betrokken, van leraren, schoolleiders, bestuurders én interne toezichthouders.

6. Tot slot

De wetsevaluatie laat zien dat de burgerschapsopdracht op hoofdlijnen zijn plek heeft gevonden in het funderend onderwijs, maar dat scholen behoefte hebben aan ondersteuning om de wettelijke verwachtingen in de praktijk waar te maken. Vanuit bestuurlijk perspectief: burgerschap is geen losse activiteit, maar een bredere verplichting die vraagt om visie, borging en aantoonbaarheid. En dat is een weerbarstige opgave.

Heeft u vragen of kunt u hulp gebruiken?

Neem direct contact op

Via dit contactformulier zal ons secretariaat u verwijzen naar een van onze experts. U kunt ook direct contact opnemen met een expert, via de contactgegevens op de website.

Meld je direct aan voor onze nieuwsbrief

Op de hoogte blijven? Wij versturen enkele keren per jaar een nieuwsbrief en informatie over kantooractiviteiten.